HET RECHT VAN DE LOGICA

AANBEVELINGEN

Inhoudsopgave van deze pagina.
1. Verbeter het taalgebruik.
2. Handel niet in strijd met bestaande kennis over collectief redeneren en onderzoek.
3. Handel niet tegen de wil van de betrokkenen, en gebruik dus minder geweld.
4. Corrigeer en verbeter het recht.
5. Hervorm het onderwijs.

Opmerkingen vooraf.

  1. Strikt genomen kan worden volstaan met de aanbeveling: realiseer het recht van de logica, en zorg ervoor dat alle wet- en regelgeving compatibel is met het subjectiviteitsbeginsel, vrijwaringsrecht en wederkerigheidsbeginsel.
  2. Voor specifieke vraagstukken moeten deze uitgangspunten meestal worden uitgewerkt. In het volgende staan voorbeelden van uitwerkingen op een klein aantal gebieden. Er wordt geen aanspraak gemaakt op volledigheid. Zelfs niet voor de gekozen gebieden.
  3. De meeste aanbevelingen realiseren geen toestand die in overeenstemming is met de genoemde uitgangspunten. Ze zijn bedoeld om de tegenstrijdigheden geleidelijk te verminderen. Dat doel kan bereikt worden als er niet tegelijkertijd ontwikkelingen plaatsvinden die de tegenstrijdigheden vergroten.
  4. Iets lijkt beter dan niets. Toch wil met het noemen van aanbevelingen die kunnen helpen om een houdbaar rechtsstelsel te bereiken langs de weg der geleidelijkheid niet gesuggereerd worden dat een geleidelijke weg bij het verwezenlijken van het recht van de logica in alle gevallen de voorkeur verdient. Een incrementele aanpak kan nimmer rechtvaardigen dat mensen gedwongen worden risico's te lopen van activiteiten waarmee ze niet hebben ingestemd, en moeten bijdragen aan kosten die veroorzaakt zijn door activiteiten waarmee ze al evenmin hebben ingestemd, of zich zelfs tegen hebben verzet.
  5. De lengte van de tekst is geen maat voor het belang van de betreffende aanbeveling.
  6. De aanbevelingen worden voorafgegaan door een inleiding die het verband legt tussen de tekst van het boek en de aanbeveling.

Terug naar de inhoudsopgave.

1. Verbeter het taalgebruik.

Eis het nakomen van de taalafspraak en de voorwaarden voor collectieve besluitvorming. Wie wil communiceren, en wie wil of moet vertrouwen op het communicatieve handelen van anderen, bijvoorbeeld in het kader van collectieve besluitvorming, moet ervan op aan kunnen dat zijn gesprekspartners of informanten zich aan de taalafspraak houden. Bijvoorbeeld door van hen te eisen dat ze aansprakelijk te stellen voor ongewenste gevolgen van onjuiste, onvolledige of ontijdige informatie. Dit kan gezien worden als specificatie van het bindende karakter van de taalafspraak.

Onderscheid objectief-subjectief. Objectivistisch taalgebruik wil zeggen: subjectieve begrippen gebruiken alsof ze objectief zijn, of oordelen voorstellen alsof het feiten zijn. Voorbeelden: "Dat belemmert de vooruitgang", en ".. met behulp waarvan de overheid de haar opgelegde taken kan uitvoeren" (P. 11 van F.H.M. Grapperhaus Fiscaal beleid in Nederland van 1800 tot na 2000, Kluwer, Deventer, 1997, ISBN 90 200 1933 3. De overheid krijgt geen taken opgelegd, maar neemt taken op zich). Dergelijk taalgebruik is misleidend en belemmert het relativeren van opvattingen en het bereiken van (consistente) overeenstemming. In plaats daarvan kan het gemakkelijk leiden tot conflicten.

Mensen zouden zich bij hun taalgebruik bewust moeten zijn van het onderscheid objectief-subjectief, en van het niet-bindende karakter van subjectieve uitspraken. Als ze proberen om iets aan te tonen moeten ze proberen in hun redenering subjectieve elementen en objectivistisch taalgebruik te vermijden.

Vermijd meerduidigheid. Als gestreefd wordt naar overeenstemming dienen meerduidigheden die bij verschillende interpretaties tot tegengestelde oordelen kunnen leiden (mee eens/ mee oneens) vermeden te worden. Bijvoorbeeld door duidelijk te maken welke betekenis wordt bedoeld. Voorbeeld: het gebruik van samenstellingen met "verantwoord".

Terug naar de inhoudsopgave.

2. Handel niet in strijd met bestaande kennis over collectief redeneren en onderzoek.

Discussieer en debatteer in overeenstemming met de betreffende voorwaarden. Wie streeft naar verbetering en vooruitgang in de zin van dit boek dient de regels van communicatie, collectief redeneren, onderzoek en debat zoveel mogelijk in acht te nemen, en te bevorderen dat er voorzieningen worden getroffen die naleving bevorderen.

Dit betekent onder andere dat adviezen, onderzoekresultaten en dergelijk in het kader van besluitvorming geen vrijblijvend karakter mogen hebben. Bedenk daarbij dat adviezen in de regel het karakter hebben van als-dan-uitspraken: "Uw alternatieven hebben die en die gevolgen. Als u dit of dat doel wilt bereiken binnen de gegeven randvoorwaarden kunt u dus het beste alternatief X kiezen". In gevallen als dit dienen adviezen voorzien te zijn van onzekerheidsschattingen. Die stellen opdrachtgever in staat om een betrouwbare schatting te maken van hun verwachte kosten en baten. De aansprakelijkheid van de adviseur voor de prognoses stelt grenzen aan valse pretenties.

Ook de pers is gebonden aan eigen beweringen. Formele persvrijheid betekent niet dat die vrijheid wordt gebruikt om tijdig alle relevante betrouwbare informatie te verschaffen. Ze biedt geen enkele garantie voor open discussies en voor het nakomen van de voorwaarden voor collectief redeneren. Er is niets dat beschermt tegen vriendjespolitiek, groepsdenken en zelfcensuur. De ervaring leert dat het buitengewoon moeilijk is om politiek ongewenste kennis en redeneringen algemeen toegankelijk naar voren te brengen. Ook als ze bijdragen aan het realiseren van de doelstellingen van vele tijdschriften. Politieke en wetenschappelijke discussies, en discussies naar aanleiding van actuele gebeurtenissen zouden veel meer in overeenstemming gebracht moeten worden met de genoemde voorwaarden. De doelstellingen van organisaties of organisatie-onderdelen gericht op publiceren zouden niet vrijblijvend maar bindend moeten zijn. Het zou bijvoorbeeld mogelijk moeten zijn om tijdschriften aan hun doelstellingen te houden. Als er teveel manuscripten worden aangeboden dan geplaatst kunnen worden, dan dienen de doelstellingen zodanig uitgebreid te worden dat de doelstelling toereikend is als selectiecriterium. Tegen redactiebeslissingen moet beroep bij een onafhankelijke instantie mogelijk zijn. Wie beweert een open discussie of debat te organiseren is aan de openheid gebonden; anders mag hij niet spreken van openheid.

Opzet publiek debat. Een publiek debat in het kader van collectieve besluitvorming kan in het algemeen niet leiden tot overeenstemming, maar wel tot inventarisatie van opvattingen en het vinden van grootste gemene delers. Met geringe wijzigingen zijn de voorwaarden voor collectief redeneren ook op het publieke debat van toepassing. Om een betrouwbare grootste gemene deler te vinden moeten de bijdragen waarheidsgetrouw zijn (niet-vrijblijvend). Bijdragen mogen niet op subjectieve gronden verworpen worden. Integendeel: het debat moet uitmonden in een geordende verzameling subjectieve oordelen of verzamelingen samenhangende oordelen.

Terug naar de inhoudsopgave.

3. Handel niet tegen de wil van de betrokkenen, en gebruik dus minder geweld.

Doe meer met consensus. De volgende aanbevelingen bevorderen dat er verhoudingsgewijs meer met consensus wordt besloten. Voor nadere specificatie en toelichting zie paragraaf 8.3.

  1. Zorg ervoor dat zo min mogelijk mensen hinder van activiteiten ondervinden.
  2. Stel strikt(er) aansprakelijk. Niet alleen voor schade die voorspeld of voorspelbaar is, of het gevolg van onzorgvuldig handelen.
  3. Laat alleen activiteiten toe waarvan duidelijk is dat eventuele schadelijke gevolgen door de actoren of hun achterban hersteld of vergoed kunnen worden, of waarvoor toestemming is gegeven door allen die er gevolgen van kunnen ondervinden.
  4. Sta geen handelingen toe die schade of risico's kunnen veroorzaken die niet door de actor of diens achterban hersteld of vergoed kunnen worden. Anders is de aansprakelijkheid niet draagbaar.
  5. Eis draagbare aansprakelijkheid. Dat wil zeggen: organiseer activiteiten zodanig dat aansprakelijkheid voor herstel of schadevergoeding draagbaar is.
  6. Regel organisaties zodanig dat kosten voor herstel of schadevergoeding altijd verhaald kunnen worden.
  7. Laat alleen de voorstanders en gebruikers van een activiteit bijdragen.
  8. Beperk besluitvorming tot de kleinst mogelijke of benodigde groep mensen. In beginsel tot de betrokkenen. Dus ook: bemoei je alleen met zaken waarvan je geen invloed of gevolgen ondervindt als je om bemoeienis gevraagd wordt.
  9. Overleg of onderhandel alleen met vertegenwoordigers als duidelijk is dat ze de betrokkenen vertegenwoordigen. Dus bijvoorbeeld als de vertegenwoordigden ze op eigen initiatief kunnen terugroepen.
  10. Maximaliseer subsidiariteit: leg de bevoegdheid voor besluitvorming bij zo klein (en homogeen) mogelijke groepen.
  11. Maak laagdrempelige referenda en "volksinitiatieven" mogelijk.
  12. Verruim het aantal onderwerpen waarover bij referendum en volksinitiatief besloten kan worden.
  13. Stel regeringen, provinciale en gemeentebesturen samen uit alle partijen of niet-politici, en niet alleen uit meerderheidscoalities.
  14. Zorg voor procedures waarmee vertegenwoordigden hun vertegenwoordigers kunnen vervangen als ze dat wensen.
  15. Maak topfuncties bij overheden tweeledig; laat de leden werken in overeenstemming met verschillende bevolkingsgroepen, sta geen taakverdeling ("koninkrijkjes") toe, en geef ze vetorecht over elkaars voorstellen.
  16. Recruteer leden van besturen enerzijds en controlerende organen anderzijds niet uit dezelfde verenigingen (politieke partijen).
  17. Eis voor activiteiten of wetgeving die het vrijwaringsrecht schenden grotere meerderheden.
  18. Eis niet dat iedereen op één en dezelfde wijze deelneemt aan "politieke" besluitvoming. Sta toe dat degenen die dat wensen zich laten vertegenwoordigen, en dat anderen zelf meestemmen.
  19. Onderscheid soorten activiteiten (besluiten) en bepaal per activiteit een procedure van besluitvorming.
  20. Maak het deel van de belastingen waarover bij meerderheid wordt besloten geleidelijk kleiner.

Subsidiariteit en zelfbeschikkingsrecht. Zeer veel doden en strijd in onder andere de jaren 80 en 90 van de 20ste eeuw kunnen worden geïnterpreteerd als gevolg van niet-erkenning van het onder andere door artikel 1 lid 2 van het Handvest van de Verenigde Naties bepaalde zelfbeschikkingsrecht van volkeren. De meeste staten die het Handvest hebben onderschreven erkennen het recht alleen formeel, maar niet metterdaad; of geven er zodanig lage prioriteit aan dat het alleen tot lippendienst verplicht. De begrippen "volk" en "zelfbeschikkingsrecht" zijn niet operationeel gedefinieerd. De meeste overheden stellen het beginsel van "overheden zijn baas binnen eigen grenzen" boven dat van het zelfbeschikkingsrecht. (Terzijde. Dit is een voorbeeld van het uiteenlopen van de belangen van bevolking en overheden. Uitzonderingen daargelaten geven overheden de hoogste prioriteit aan het handhaven van hun machtspositie. Mensenrechten en andere rechten worden daaraan ondergeschikt. Ook in Nederland. Zie bijvoorbeeld het rapport 98/505 van 18/11/98 van de Nationale ombudsman over de Eurotop in juni 1997).

Het zelfbeschikkingsrecht van mensen en groepen die het vrijwaringsrecht respecteren is een logisch gevolg van het vrijwaringsrecht. Om de mogelijkheid van gerechtvaardigde burgeroorlogen te verminderen wordt aanbevolen grondwettelijke bepalingen te ontwerpen die verschillende maten van zelfbeschikking operationaliseren en beschermen. In het Handvest dient een artikel te worden opgenomen waarin wordt voorgeschreven dat nationale grondwetten tenminste deze zelfbeschikkingsrechten toekennen. De praktijk laat zien dat het ook wat dit betreft niet voldoende is om alleen te denken in termen van mensenrechten, dat wil zeggen rechten van individuele mensen. Erkenning van het vrijwaringsrecht houdt ook in dat mensen het recht hebben om als groep volgens eigen normen en waarden te leven, mits ze het vrijwaringsrecht van de buitenwereld erkennen. Zolang de (internationale) wetgeving niet consistent gemaakt is met het vrijwaringsrecht en wederkerigheidsbeginsel dient een ("strafrecht")stelsel te worden gerealiseerd dat grote kosten verbindt aan schendingen van mensenrechten en het zelfbeschikkingsrecht.

Hierarchische organisaties. Hierarchische organisaties functioneren voor een belangrijk deel als feodale samenlevingen. Klokkeluiders laten zien dat vakbonden zich beperken tot nauw omschreven doelstellingen. Er is geen controle op het verband tussen de berichten die hierarchische organisaties over hun interne functioneren de buitenwereld in sturen en de werkelijkheid van dat functioneren. Er is geen controle op het nakomen van interne afspraken zoals bedrijfscodes. Omdat het functioneren van organisaties, en het respecteren van het recht van de logica van grote invloed zijn op de maatschappelijke ontwikkeling wordt aanbevolen om hierarchische organisaties de vorm van een rechtsstaat te geven. Dat wil zeggen dat een onafhankelijke organisatie toeziet op naleving van (openbare en beleden) gedragsnormen. (Terzijde. Wellicht is het goed om er op te wijzen dat het aanbevolen stelsel wezenlijk verschilt van tuchtrecht. Tuchtrecht heeft betrekking op een groep beroepsgenoten waartussen geen of vrijwel geen hierarchische verhoudingen bestaan. Er zijn dus twee wezenlijke verschillen. In hierarchische organisaties werken mensen met uiteenlopende beroepen, en ze werken op verschillende hierarchische niveaus in een hierarchische gezagsstructuur).

Omgekeerd: niet minder consensus, niet minder vrijwaring, en niet meer macht van sommigen over anderen. In hoofdstuk 6 werd geconcludeerd dat er geen reden is om er op te vertrouwen dat meerderheidsbesluitvorming tot een "goede" beslissing leidt. Wel is er reden om aan te nemen dat de opvattingen en belangen van minderheden ten onrechte worden genegeerd. Daar komt bij dat onder andere het (stem)gedrag van de "vertegenwoordigers", en de weigering van serieuze referenda en volksinitiatieven duidelijk laten zien dat er eigenlijk niet van vertegenwoordiging gesproken kan worden. Dat kan alleen als er betere controlemechanismen komen.

Het is zonder meer duidelijk dat overeenkomstige samenstelling van de Eerste en Tweede Kamer één der Kamers overbodig maakt. (Samenstelling betekent hier: de wijze van samenstellen). Een verschillende samenstelling daarentegen kan een iets grotere meerderheid noodzakelijk maken, en dat is in beginsel verbetering. Bij een proportionele samenstelling van de Tweede Kamer betekent een afvaardiging van tien vertegenwoordigers per provincie naar de Eerste Kamer in beginsel een verbetering ten opzichte van twee proportioneel samengestelde Kamers.

De rechtsbescherming van (protesterende) minderheden dient niet verminderd maar vergroot te worden. In het algemeen dient er recht op compensatie te komen. "Grotere bevoegdheden voor overheden" is een eufemisme voor vermindering van rechten van betrokkenen en voor minder zorgvuldigheidseisen (dat wil zeggen: nog minder dan nodig zijn om een meerderheid te krijgen). Niet omdat veranderen niet mag of zelfs moet, maar omdat veranderingen alleen "verbetering" genoemd kunnen worden als mensen die er hinder van denken te hebben kunnen worden overtuigd of gecompenseerd.

Niet minder consensus en niet meer macht van meerderheden over minderheden betekent bijvoorbeeld ook: geen kleine gemeenten (staten) tegen hun wil bij een grote gemeente (staat) voegen. Dat is geweldgebruik in zuivere vorm. Zonder enige compensatie worden er rechten ontnomen aan minderheden die anderen geen enkel kwaad berokkenen.

Misbruik van invloed kan worden beperkt door te eisen dat men gebonden is aan zijn uitspraken en oordelen, en dus consistent moet zijn. Zo nodig kan dit door een onafhankelijke rechter worden beoordeeld. Deze eis geldt voor iedereen. Voor overheden net zo goed als voor anderen. Ze geldt niet slechts voor een bepaalde parlementaire periode, ambtstermijn of dergelijke, maar voor de betreffende persoon of rechtspersoon.

Verantwoording. De betekenis van samenstellingen met "verantwoord" is meestal onduidelijk en vaak misleidend. De communicatie is gediend met beperking van het gebruik tot gevallen waarin daadwerkelijk verantwoording aan personen verschuldigd is, en waarin dit oordeel bindend is voor degene die de verantwoording moet afleggen. In andere gevallen kunnen omschrijvingen worden gebruikt die op het betreffende geval van toepassing zijn. Veel voorkomende staan opgesomd in paragraaf 8.4.

Terug naar de inhoudsopgave.

4. Corrigeer en verbeter het recht.

Algemeen: Maak het recht consistent, op de eerste plaats met het recht van de logica. Dit betekent onder andere beperking tot activiteiten waarvoor de aansprakelijkheid gedragen kan worden, en consensusbesluitvorming.

Dit betekent niet dat wordt aanbevolen om naar een ideaal toe te werken. Het recht van de logica is namelijk geen ideaal. Het is het enige recht dat algemeen bindend is, en dan nog alleen voor mensen die met elkaar willen communiceren. Met recht dat in strijd is met het recht van de logica kan zelfs niet ingestemd worden zonder in bedrog te vervallen. Recht dat in strijd is met het recht van de logica en waarmee niet is ingestemd kan alleen op geweld worden gebaseerd.

Bevorder naleving van de communicatieafspraak in het bijzonder door politici. De macht van overheden is in de afgelopen eeuwen zeer sterk gegroeid. Ook los daarvan is de betekenis van communicatie voor het functioneren van overheden enorm toegenomen. Het belang van tijdige, volledige en waarheidsgetrouwe informatie is veel groter dan toen de overheden nog klein waren. Voor bedrog, valse voorlichting en dergelijke in "burgerlijke" betrekkingen zijn er behoorlijke juridische voorzieningen. (Afgezien van het gestelde bij strafrecht). Voor politici ontbreekt wetgeving die hen bindt aan hun uitspraken ten ene male. Er is hoogstens "politieke controle". Dat wil zeggen: "controle" door partij- of coalitiegenoten. Toch zijn zowel de overheidsbesluitvorming als de besluitvorming van de kiezers over hun vertegenwoordigers voor iedereen van vitaal belang. Politieke besluitvorming (in de zin van besluitvorming die bindend is voor alle bewoners van een bepaalde staatkundige eenheid) zou moeten voldoen aan de voorwaarden voor collectief redeneren en collectief onderzoek. Indieners van voorstellen zouden verplicht moeten worden tot tijdige, volledige en waarheidsgetrouwe informatie. Als aan de voorwaarden niet is voldaan is het besluit onrechtmatig. De indieners en degenen die met het voorgestelde besluit instemden zouden persoonlijk aansprakelijk moeten zijn voor de kosten van herstel in de oorspronkelijke toestand of compensatie als blijkt dat aan de voorwaarden niet was voldaan. Onrechtmatig genomen besluiten zouden als niet genomen beschouwd moeten worden. Dus geen rechtskracht mogen hebben. Vervolging en berechting van bestuurders zou plaats moeten vinden door een onafhankelijke instantie, die niet afhankelijk is van een politieke meerderheid. Dus niet door het huidige OM.

Verder dient onder andere het recht inzake oplichting tot handelingen van politieke ambtsdragers te worden uitgebreid.

De mensenrechten zouden aangevuld kunnen worden met het recht op tijdige, volledige en waarheidsgetrouwe informatie terzake van voorgenomen overheidsbeslissingen.

Verminder rechtsongelijkheden. Er kan onderscheid gemaakt worden tussen formele rechtsgelijkheid en praktische rechtsgelijkheid. Zelfs de formele rechtsgelijkheid is betrekkelijk. Er is al eerder melding gemaakt van rechtsongelijkheden tussen rechtspersonen en natuurlijke personen, en tussen politici en anderen. Bovendien zijn er bedrijven die meer gelijk zijn dan andere (Schiphol) en gelden er voor verschillende bedrijfstakken verschillende regelingen op gebieden als subsidiëring en belastingen. Waar ze bestaat wordt de formele rechtsgelijkheid in de praktijk voor een belangrijk deel teniet gedaan door de zeer hoge kosten van de betere rechtshulp. Het gevolg is dat voor degenen die dure rechtshulp kunnen betalen, zoals overheden, grote criminelen en grote bedrijven, minder strenge rechtsnormen gelden dan voor anderen. Men kan zich bovendien afvragen of het geldende recht überhaupt wel opgewassen is tegen de beste advocaten. In die zin dat niet ondenkbaar is dat kwalitatief goede advocaten altijd gaten kunnen vinden die een kwalitatief mindere wetgever over het hoofd heeft gezien. Door het ontbreken van hogere rechtsnormen met een algemene strekking is er geen vangnet dat gebreken in specifieke wetgeving kan corrigeren.

Goedkope rechtshulp voor minder draagkrachtigen zou uitkomst bieden als rechtshulp een kwestie was van wel of niet, als de kwaliteit niet ter zake deed, of als de doeltreffendheid van rechtshulp onafhankelijk was van de kosten. Maar zo ideaal is de wereld niet. Het lijkt daarom doeltreffender om beide partijen aan te laten geven hoeveel ze aan het proces willen besteden, en dat bedrag gelijk over de partijen te verdelen. Ze kunnen dan een gelijk bedrag aan rechtshulp besteden.

Verminder het gewelddadige karakter van de politieke besluitvorming:

  1. Schep meer mogelijkheden voor volksinitiatieven.
  2. Houdt meer bindende referenda.
  3. Verruim de mogelijkheden voor verandering van wet- en regelgeving door volksinitiatieven en referenda.

Het oplossen van iedereen-of-niemand (I/N) situaties kan worden gezien als de belangrijkste bestaansreden van een overheid. De bevolking kan de overheid via een volksinitiatief of referendum laten weten welke I/N-situaties zij opgelost wil zien, en welke oplossing zij in een specifieke situatie voorstaat.

Breng het strafrecht in overeenstemming met het recht van de logica. Alle onderstaande aanbevelingen zijn gericht op het realiseren van een situatie die wat betreft het strafrecht meer in overeenstemming is met vrijwaringsrecht en wederkerigheidsbeginsel dan de huidige. Zelfs als misdaad blijft lonen zou de verdeling van de kosten en baten met behulp van het wederkerigheidsbeginsel meer in overeenstemming gebracht kunnen worden met het vrijwaringsrecht. Maar hoewel de aanbevelingen de kloof tussen het geldende recht en het recht van de logica versmallen leiden slechts enkele tot situaties die geheel met het recht van de logica in overeenstemming zijn.

  1. Vervang de "mensenrechten" door vrijwaringsrecht en wederkerigheidsbeginsel. Het begrip "(mensen)rechten" wekt de illusie van objectiviteit. Rechten bestaan echter uitsluitend als ze door mensen gegeven worden. Ze hebben een subjectief karakter. Rechten kunnen worden overeengekomen. Ook de mensenrechten van de diverse verdragen. Maar de daarvoor benodigde overeenstemming ontbreekt. Om logische redenen geldt de voorwaarde van overeenstemming niet voor vrijwaringsrecht en wederkerigheidsbeginsel. De rechten hoeven hier echter niet toe beperkt te worden. Het vrijwaringsrecht laat toe dat er op basis van consensus aanvullende (mensen)rechten worden erkend (voor zover die niet in strijd zijn met vrijwaring en wederkerigheid).
  2. Laat rechten vervallen naarmate (eventueel andere) rechten worden geschonden (plichten niet nagekomen). Op grond van het subjectiviteitsbeginsel kan het verlenen van rechten aan een gegeven persoon afhankelijk worden gesteld van de rechten die deze persoon metterdaad aan anderen geeft. Tot op zekere hoogte geldt dit ook nu al, maar op een willekeurige en starre manier. Om maximaal herstel of compensatie te bewerkstelligen kunnen de strafvormen worden uitgebreid. Naast beperking van klassieke rechten als bewegingsvrijheid, briefgeheim en bezit kunnen ook andere rechten worden beperkt of ontnomen of plichten opgelegd. Zoals privacyrechten en de plicht tot betaling van een hogere belasting.
  3. Maak het recht volledig en consequent. Zet wat belangrijk is in het recht. Maak de criteria voor het al dan niet opnemen van een norm in het recht consistent. Dus niet winkeldiefstal wel, en misleiding van de publieke opinie niet. Laat soortgelijke gedragingen onder hetzelfde recht vallen. Gedragingen van politieke ambtsdragers dienen op dezelfde wijze berecht te worden als soortgelijke gedragingen van (gewone) burgers. Voorbeelden: misleidende reclame, oplichting, en het veroorzaken van gevaarlijke situaties ook door het niet nakomen van plichten.
  4. Pas in het bijzonder het proportionaliteitsbeginsel toe op daden van zowel politieke ambtsdragers als natuurlijke en rechtspersonen. Om preventief te zijn moet het verwachte nadeel in ieder geval groter zijn dan het verwachte voordeel. Anders blijft het ongewenste gedrag voordelig. Strafbare handelingen die meer of ernstiger consequenties (kunnen) hebben dienen een hogere straf te krijgen. (Merk op dat dit beginsel tot op zekere hoogte wèl bij beloning wordt toegepast, en dan gerechtvaardigd wordt op grond van "grotere verantwoordelijkheid").
  5. Maak een samenhangend strafrechtsstelsel voor gevallen waarin opsporing en bewijs een probleem vormen.
  6. Stel als richtinggevend doel van eventuele "straf": maximaal herstel en compensatie, zo veel mogelijk door bijdragen van actoren en zo min mogelijk ten koste van niet-actoren.
  7. Vervang straf door een maximale bijdrage aan herstel of compensatie en de kosten van opsporing en vervolging. Niet meer en niet minder (behoudens preventie van handelingen met onherstelbare ongewenste gevolgen).
  8. Laat veroordeelden een door de rechter vast te stellen evenredig deel bijdragen van de kosten van het stelsel dat dient om rechtsschendingen op te sporen, te bewijzen, en te berechten. Het deel dient evenredig te zijn met de inspanningen van de veroordeelde om opsporing en bewijs te bemoeilijken. Zelfs als het vrijwaringsrecht niet geheel gerealiseerd wordt en misdaad blijft lonen zou de verhouding tussen kosten en baten sterk verbeterd kunnen worden.
  9. Om consistentie van recht en rechtspleging te bevorderen en zelfbescherming van de politiek ten koste van de samenleving te verminderen dient het openbaar ministerie van de politiek losgekoppeld te worden. Zowel wat betreft de samenstelling als de financiering. De (lokale) leiding van het OM zou gekozen moeten worden, en nooit banden met een politieke partij gehad mogen hebben. Op initiatief van de bevolking zou iedere gekozene teruggeroepen moeten kunnen worden (net zoals elke andere vertegenwoordiger teruggeroepen kan worden door degene(n) die hij geacht wordt te vertegenwoordigen).
  10. De normen, dus het recht, waaraan overheidsfunctionarissen moeten voldoen zouden niet door henzelf maar door een niet-politiek orgaan vastgesteld moeten worden (in beginsel met consistente consensus). Ze zouden in ieder geval de logische en algemeen aanvaarde normen moeten omvatten. Zoals het tijdig verschaffen van volledige en waarheidsgetrouwe informatie.
  11. De (lokale) bevolking dient initiatiefrechten ten aanzien van het OM te krijgen. De wens van een klein aantal burgers zou voldoende moeten zijn om tot onderzoek en vervolging over te gaan, of tot een algemeen referendum terzake. Onderzoek en vervolging dienen niet afhankelijk te zijn van de instemming van politieke lichamen.

Terug naar de inhoudsopgave.

5. Hervorm het onderwijs.

Als mensen menswaardig willen leven, hun welzijn willen optimaliseren zonder welzijn te schenden, en hun samenleving niet willen baseren op geweld, dan is het noodzakelijk dat aan zoveel mogelijk mensen wordt uitgelegd wat dat voor eisen stelt, en wat het niet vervullen van die eisen betekent.

Anno 2000 werkt de overgrote meerderheid van de mensen in hierarchische organisaties. Hierarchische organisaties zijn geen rechtsstaten. Tal van breed gedeelde (rechtsstaats)normen gelden niet in hierarchische organisaties. Niettemin bereidt het algemene onderwijs niet voor op het functioneren in dergelijke organisaties. Het bereidt evenmin voor op het deelnemen aan een democratische samenleving waarin de besteding van ongeveer de helft van de inkomens door overheden wordt bepaald. Het overgrote deel van de overgedragen kennis en vaardigheden vooronderstelt een wereld waarin ieder voor zich werkt en beslist. Het vooronderstelt een samenleving die niet beter kan, en waarin collectieve processen een ondergeschikte in plaats van dominante rol spelen. Het onderwijsmateriaal over het functioneren van organisaties en staten is vaak misleidend. Het wekt de indruk dat de werkelijkheid overeenkomt met een idealistische theorie. Kennis over de werkelijke gang van zaken in organisaties en politiek, de oorzaken daarvan, en alternatieven worden niet of nauwelijks behandeld. Denk bijvoorbeeld aan technieken om ongewenste onderwerpen in de doofpot te stoppen en aansprakelijkheid te ontlopen. Zoals tijdrekken met behulp van onderzoek "tot op de bodem". Het onderwijs zou niet alleen moeten leren hoe het hoort, maar ook hoe het is.

Met uitzondering van de bijlagen dient de inhoud van dit boek (of een gecorrigeerde of verbeterde versie) onverkort deel uit te maken van het verplichte deel van het algemene onderwijs. Het is wezenlijk voor de communicatieve relaties en samenwerking tussen mensen. Zonder beheersing van deze stof is een vreedzame samenleving ondenkbaar.

Geen enkele norm of waarde is vanzelfsprekend. Ook die van de taalafspraak niet. Geen enkele norm of waarde heeft een objectieve of anderszins algemeen bindende fundering. Als om bepaalde redenen respect van bepaalde normen en waarden gewenst wordt, dan moet dat worden uitgelegd en geleerd. Anders is het dwaasheid om dat respect te verwachten.

Vanwege die niet-vanzelfsprekendheid dient in het onderwijs alle recht te worden behandeld waarmee alle of de meeste mensen in hun leven te maken krijgen. Samen met de grondslagen en praktische betekenis van dat recht. Uit dit boek volgt dat een groot deel van het huidige recht niet als algemeen bindend kan worden beschouwd. Er is echter nog minder reden om te doen alsof mensen gebonden zijn aan recht dat niet logisch is en waarover ze nooit geïnformeerd zijn.

Het onderwijs zou moeten leren verschijnselen te onderkennen die bemoeilijken of verhinderen dat wordt voldaan aan de voorwaarden voor communicatie en collectief redeneren en onderzoek. Het zou moeten leren om weerstand te bieden aan sociale druk. Dat wil zeggen: aan de wens tot conformisme aan het oordeel van anderen ook al leidt redeneren tot een ander oordeel. Onder andere door verklaring van de fundering van de fundamentele rechtsnormen en van de voorwaarden voor communicatie en collectief redeneren, onderzoek en debat.

Terug naar de inhoudsopgave van de aanbevelingen.
Terug naar de hoofdpagina.
Naar de inleiding.
Naar de beschrijvende inhoudsopgave.
Naar de samenvatting.
Naar het recht van de logica.